DA VINCI INVENTOR

LEONARDO DA VINCI


Leonardo is geboren in 1452, in Vinci, een klein gehucht in het Italiaanse Toscane. Zijn vader Piero, een notariszoon, was zelf ook notaris. Zijn moeder, Catarina, was van boerenafkomst. Zijn ouders gingen uit elkaar bij zijn geboorte en Leonardo groeide op bij zijn vader. Al gauw bleek hij uitzonderlijk begaafd te zijn en in 1470 liet Piero hem als leerling werken in het atelier van Verrocchio. Toen zijn meester hem vroeg om een engel te schilderen op een schilderij dat de Doop van Christus voorstelde, deed hij dat zo goed dat zijn engelenfiguur alle aandacht naar zich trok en loskwam van het schilderij in plaats van op te gaan in het geheel, zo wordt gezegd.


Zijn eerste belangrijke werken maakte hij in opdracht van hertog Ludovic Sforza in Milaan. Daarna werkte hij in Rome, Bologna en Venetië om zijn laatste levensjaren door te brengen in Frankrijk, op uitnodiging van koning Frans I.


Leonardo da Vinci was een universeel genie, een humanistisch filosoof, waarnemer en onderzoeker met een ‘zeldzame intuïtie voor ruimtegevoel’. Zijn eindeloze nieuwsgierigheid was even kenmerkend als zijn onbegrensde inventiviteit. Hij was één van de grootste schilders ooit.


Het is in de eerste plaats als schilder dat Leonardo da Vinci erkenning geniet. Twee van zijn werken, de Mona Lisa en Het Laatste Avondmaal, zijn erg bekend en werden vaak gekopieerd en geparodieerd. Ook zijn tekening Vitruviusman duikt op in tal van afgeleide werken. Velen vinden dat enkel Michelangelo zijn gelijke was. Leonardo overlijdt in Amboise, in Frankrijk, op 2 mei 1519.

Universeel genie en nieuwsgierig naar alles, gaat Leonardo da Vinci zijn leven lang op zoek naar het vermeerderen van kennis.  Hij bedenkt diverse apparaten waarvan de tekeningen niet uitgevoerd worden, waaronder de eerste ‘vliegende machine’. Leonardo da Vinci maakt indruk op zijn tijdsgenoten en op de volgende generaties met zijn methodische benadering van kennis en met zijn vermogen om te observeren, te analyseren en uit bestaande kennis nieuwe kennis af te leiden. 


Zijn vertrekpunt bij alles wat hij ondernam, of het nu kunst of techniek betrof (in zijn geest maakte hij overigens geen onderscheid tussen beide), was het verzamelen van gedetailleerde waarnemingen die hij aanvulde met  kennis die hij her en der had opgedaan. Het resultaat overtrof alles wat voorheen bestond. Hij had maar één doel: de perfectie nastreven in alles wat hij deed. Een groot aantal schetsen, notities en verhandelingen van Leonardo da Vinci kunnen strikt genomen niet beschouwd worden als  originele vondsten, maar zijn wel het resultaat van onderzoek dat gevoerd werd met een encyclopedische precisie die grensverleggend was.


INVENTEUR



EEN TENTOONSTELLING OVER LEONARDO DE UITVINDER


Leonardo was zijn tijd ver vooruit . Hij bedacht het vliegtuig, de helikopter, de onderzeeër en zelfs de auto. Heel weinig van zijn projecten werden uitgevoerd tijdens zijn leven en vele konden toen ook nog niet worden gerealiseerd, maar enkele van zijn kleinere uitvindingen – zoals een machine om de elastische limiet van een kabel te meten – werden wel overgenomen en gebruikt in fabrieken. Als wetenschapper droeg hij bij tot het vermeerderen van de bestaande kennis in diverse domeinen zoals de anatomie, de bouwkunde, de optica en de hydrodynamica.


Leonardo hield boekjes bij, gevuld met schetsjes en gedetailleerde tekeningen, zodat hij steeds alles wat zijn aandacht trok, kon blijven bevatten en onthouden. In zijn notitieboekjes vinden we heel wat uitvindingen, waaronder hydraulische pompen, met zwengel aangedreven mechanismen (zoals een machine om houten schroeven te snijden), vinnen voor mortiergranaten, een stoomkanon, een onderzeeër, verschillende automaten, een tank, een auto, vlotters om ‘op het water te lopen’ (of een soort van waterski’s), een manier om zonne-energie te bundelen, een rekenmachine, een duikpak met helm, een dubbelwandige tank voor schepen en een kogellager.


Nochtans waren veel van ‘zijn’ uitvindingen eigenlijk al ontwikkeld door voorgangers, zoals de raderboot (die al bestond tijdens de Liu Song-dynastie in de 5de eeuw), de helikopter, de rupswagen, het weefgetouw met hydraulische zagen, de onderzeeër of de gepantserde tank. Leonardo vond al deze zaken niet uit, maar optimaliseerde ze wel. Bovendien kampten enkele van zijn uitvindingen met ernstige tekortkomingen: zijn helikopter vloog stuurloos weg, de duikershelm leidde tot verstikking, de raderboot ging niet vooruit, de pyramidevormige parachute rolde zichzelf op tot een bol…


Maar Leonardo was wel degelijk ook een uitvinder en diverse van zijn uitvindingen werkten en waren erg nuttig. Hij was bovendien zonder enige twijfel één van de eerste burgerlijk ingenieurs van zijn tijd die interesse had in de mechanische werking van metalen en in het bijzonder van het meest kneedbare, goud.


In 1502 tekende Leonardo een brug van tweehonderdveertig meter lang voor de Ottomaanse sultan Bayezid II van Istanbul. Deze brug moest de Bosporus overspannen op het punt dat we kennen als de Gouden Hoorn. Bayezid was van mening dat het project onmogelijk kon worden uitgevoerd, dus borg hij de plannen op. Maar kijk, in 2001 wordt in Noorwegen een kleinere brug gebouwd, gebaseerd op de inzichten van Leonardo. Op 17 mei 2006 beslist de Turkse regering uiteindelijk om Leonardo’s brug over de Gouden Hoorn tot uitvoering te brengen.


Een groot deel van zijn leven was Leonardo, net als Icarus, gefascineerd door het vliegen. Hij wijdde talrijke studies aan dit fenomeen, waarbij hij inspiratie haalde bij de vogels. Hij tekende ook plannen voor verscheidene ‘vliegende machines’, waaronder het prototype van een helikopter (die hij  ‘luchtschroef’ noemde), een parachute en een soort van deltavlieger in bamboe. De meeste van deze ontwerpen waren niet uitvoerbaar, maar de deltavlieger werd gebouwd en heeft met succes gevlogen.


Copyright @ All Rights Reserved